Voor ‘t eerst vermeld (1398)

De plaatsnamen Noordhorn en Zuidhorn komen voor het eerst officieel in 1398 in de geschiedschrijving voor. Het Noorden van Nederland zag er toen heel anders uit, zoals op bijgaande kaart ook is te zien.

Oude kaart Friesland
(afb. public domain)

Ecberte van Northorne

In 1375 wordt (de) ‘Ecberte van Northorne‘ genoemd. Volgens de Etymologiebank een verwijzing naar Noordhorn. Het betreft hier echter een vermelding in de “Veröffentlichungen der Historischen Kommission der Provinz Westfalen Inventare Nichtstaatlicher Archive der Provinz Westfalen”, Duitsland (Bron: Digitaal Museum Didam) waarin staat te lezen:

5 Juli 1375. 
Symon van Dedem, Matheus van Sconenvelde und Johan van Covorde bekennen, Herrn Otten van Benthem, doemproveste tho Paderborne, oder Ecberte van Northorne, ihrem ome, 22 Mark Pfennige mnst. schuldig zu sein und dieselben auf nächsten Mertijns dach zu bezahlen bei Strafe des Einlagers in Scuttorpe binnen 3 Tagen nach geschehener Mahnung. Haben sie 14 Tage dort gelegen, zo zolle wij ze bereden (befriedigen) met rogrorighen (Ruck, rühren, also beweglichen, transportierbaren) panden, de ze trecken und voren moghen, dar ze er zementlike ghelt an nemen moghen. Tun sie das nicht, zo mochte greve Otto ofte Ecbert vors. dit vors. ghelt wijnnen up ehn pert ofte twe, oste fetten dar up ehn pert ofte twe, dar zolle wij ze of unthavenen und al sadelos af holden.

Het betreft hier een beschrijving van een lening of schuld van Symon van Dedem, Matheus van Sconenvelde en Johan van Covorde die aan de heer Otto van Benthem, de domproost (de belangrijkste geestelijke binnen een domkapittel, een groep kanunniken) van het Duitse Paderborn “22 Mark Pfennige” schuldig te zijn. Ecberte van Northorne is de oom van de schuldenaren, en mede-gerechtigde óf vertegenwoordiger naast (of namens) Otto van Bentheim.

Northorne betreft hier daarom niet Noordhorn maar de Duitse plaats Nordhorn.

Langewold en Vredewold

“In het Saalien (240.000 tot 180.000 jaar geleden) zijn er in het Zuidelijk Westerkwartier zandruggen gevormd. Rond het jaar 1000 zakte de dunne laag veen over de zandrug in en werd de hoogte zichtbaar. In de daarop volgende eeuw vestigden de eerste mensen zich permanent in het Zuidelijk Westerkwartier.” volgens de Canon van Nederland.

Dat wekt de indruk dat ondermeer de wierde van Frytum ofwel anders gedateerd moet worden ofwel dat de bewoning van dergelijke wierden geen permanent karakter zou hebben. Dat laatste is het meest aannemelijke.

De zandhoogten bleken goede plaatsen om te wonen. Ze boden de bewoners enige bescherming tegen het water in een uitgestrekt drassig gebied waar de stroming van de zee merkbaar was. In een vrij korte periode werden twee reeksen dorpen op de zandrug gesticht: Langewold en Vredewold.

De streek Vredewold loopt van Marum via Nuis, Niebert, Tolbert, Midwolde en Lettelbert naar Oostwold. Langewold loopt ten noorden daarvan langs de dorpen Opende, Grootegast, Sebaldeburen en Niekerk. Dat de dorpen gebouwd zijn op de zandrug is duidelijk te zien aan de lintbebouwing. De naam Lettelbert betekent ‘Lutje buurt’ (kleine buurt), en verwijst naar Tolbert en Niebert: ‘Oude buurt’ en ‘Nieuwe buurt’. De zandruggen worden ook wel ‘gasten’ genoemd. De namen van de dorpen Grootegast en Lutjegast en de straatnaam ‘De Gast’ in Zuidhorn herinneren hieraan. Waarschijnlijk zijn Tolbert en Marum de oudste dorpen. Dorpen als Lettelbert zijn hooguit één à twee eeuwen jonger. (Canon van Nederland)

Aanleg dijken

In de 11e en 12e eeuw werd begonnen met het aanleggen van dijken in delen van het Westerkwartier. Bij Aduard werd het Klooster van Aduard gesticht (1192) door de cisterciënzer monniken en een abt van het Friese klooster Klaarkamp. Het was het eerste klooster in Groningen.

Onder leiding, en door de hand, van de daar wonende kloosterlingen werd ook in onze regio begonnen met het aanleggen van dijken. De smalle keileemrug waarop Zuidhorn en Noordhorn liggen vormde de basis voor de inpoldering. De eerste dijken werden waarschijnlijk rond de eilanden Middag en Humsterland aangelegd, in inhammen van de Lauwerszee.

Abdijkerk Aduard (voormalige ziekenzaal)
Abdijkerk Aduard (voormalige ziekenzaal)

De monniken gingen gekleed in grijze (‘schiere‘) pijen. Daar kwam later ook de naam ‘Schieringers’ vandaan bekend uit de verschillende veldslagen tussen de Schieringers en de Vetkopers. Van dit klooster resteert nu nog de ziekenzaal, die nu in gebruik is als kerk.

De Reformatie maakte een eind aan het bestaan van het Aduarder klooster. De geuzen staken het klooster in 1580 in brand. De monniken vluchtten naar hun refugium (vluchthuis) in de stad, het latere Aduarder Gasthuis aan de naar hen genoemde `Munnikeholm’. Spaanse en Staatse troepen verwoestten het klooster, waarbij ook de kloosterbibliotheek in vlammen opging. De kloostergoederen werden geconfisceerd. De sloop van het eens zo uitgestrekte kloostercomplex was grondig: bij opgravingen werden nauwelijks meer stenen aangetroffen. (Canon van Nederland).

Gangenstelsel in Aduard
Wel is er een middeleeuws gangenstelsel (waarschijnlijk riolenstelsel) bekend in Aduard dat tot het kloostercomplex behoorde. Dit is in 1973 voor het eerst (gedeeltelijk) opgegraven en in 2020 bij wegwerkzaamheden weer ‘herontdekt’. Het 13e eeuwse gangenstelsel liep van de oude ziekenzaal naar de verdwenen slotgracht van het afgebroken kloostercomplex. Video-opnamen van het gangenstelsel zijn hier te vinden.

Eerste vermelding Noordhorn

Cartago - Noordhorn en Zuidhorn voor het eerst genoemd

Noordhorn wordt voor het eerst genoemd op een oorkonde uit 1398, gespeld als ‘Noirthoren’. Op de hoogtekaart (bron) hier onder is goed te zien waarom Noordhorn en Zuidhorn interessant waren voor bewoning: het ligt veel hoger dan de omgeving.

Topografische kaart Zuidhorn hoogte reliëf
Topografische kaart Zuidhorn, hoogte (reliëf)

De naam of aanduiding ‘Horn’ (hoek) komt echter ook al eerder voor, in een vredesverdrag uit 1338. Door de aanleg van de dijken werden Noordhorn en Zuidhorn een belangrijke verbinding tussen de omliggende gebieden Middag, Humsterland, Vredewold en Langewold maar in het bijzonder tussen Friesland, de Ommelanden en de stad Groningen.

Dit had helaas, naast positieve, ook hele negatieve gevolgen. Noordhorn en Zuidhorn werd een strijdtoneel, diverse bendes of ‘legertjes’ vielen binnen en er werden een aantal grotere veldslagen in de regio uitgevochten. Het ontbreken van centraal gezag, waardoor lokale hoofdelingen elkaar bestreden, maakte het er niet beter op. Deze lokale hoofdelingen bestreden elkaar vanuit hun stenen huizen (steenhuizen), de voorlopers van de borgen.

___
Laatst gewijzigd:
– 19/01/2026, informatie met betrekking tot “Ecberte van Northorne” gewijzigd/bijgewerkt

Bronnen en meer informatie:
– De Lauwerszee, nagespoord in hare wording, hare omvang, en hare verschillende bedijkingen. Mr. A.J. Andreae, 1881
– Carthago (afb in tekst, online niet beschikbaar)
– Plaatsengids.nl (niet meer online beschikbaar)
– overige websites (links in artikel aangegeven)